Lizzy proeft Haarlem- en omstreken

Lizzy proeft in Haarlem (en omstreken) voor jou. Zodat jij alleen de lekkere dingen kunt kiezen.

1406476619280

Ik zat de afgelopen dagen in Slovenië. Slovenië, vraagt u? Ja. Daar dus. Slovenië ligt ingeklemd tussen Italië, Oostenrijk, Kroatië en Hongarije en is een van de mooiste landen die ik ken. Een paar jaar geleden zag ik de film “Chronicles of Narnia – Prince Caspian” (inderdaad, ik heb af en toe een wat kinderlijke inborst) en bij het bekijken van deze film vroeg ik me af of het sprookjeslandschap waar het verhaal zich afspeelde, uit de computer was getoverd of werkelijk bestond. Bij het doorploegen van de aftiteling, bleek het getoonde landschap echt te bestaan en het was niet Nieuw-Zeeland, zoals ik vermoedde, maar veel dichter bij huis: Slovenië dus. Na wat zoekwerk kwam ik een vakantiehuis tegen dat dicht lag bij de filmset en zo kwamen we drie jaar geleden voor het eerst hier terecht. De rivier die in de film een grote rol speelde, bleek niet gefotoshopt maar echt zo blauw, de bergen groen en woest tegelijk en grootschalig toerisme bleek afwezig. Het gehuurde huis bleek gezellig en eigendom van een Nederlander die jaren geleden ook zo verliefd was geworden op dit land (en op een mooie blonde Sloveense) en het weer varieerde tussen zonnig heet en onstuimig onweersachtig. Kortom, voor ons gezin de ideale vakantiebestemming en zo kwam het dat we er dit jaar alweer voor de derde keer waren. We wandelden door sprookjesbossen met hoge bomen en kristalheldere beken, liepen door de eeuwige sneeuw, we zwommen in knalblauwe rivieren, zakten in een kano die filmisch mooie rivier de Soca af, drijvend over grote forellen die onder ons zwommen en dronken ettelijke koude Sloveense bieren in de zon.

Maar. Ieder jaar stuit ik op 1 grote maar. De Sloveense keuken. Of liever gezegd, het ontbreken van een Sloveense keuken, want de boerenkost die ze hier als couleure locale onder je neus schuiven als je een traditioneel Sloveens gerecht bestelt, kan je echt geen “keuken” noemen. Die plaatselijke gerechten zijn eerder overlevingshappen, voor als je in de sneeuw strandt bij het nemen van een hoge bergpas met je kudde koeien. Tijdens onze eerste trip bestelde ik nog monter “jota”, maar als het dertig graden plus is, hapt een kokendhete zuurkoolsoep met spek en bruine bonen toch niet echt lekker weg. En dus stapte ik al snel over naar het standaardvoer dat je niet alleen hier maar vrijwel overal in Europa kunt krijgen: pizza, vlees met frietjes of pasta. Ook in de supermarkten kwam ik niet veel verder. De schappen bleken gevuld met dure kant-en-klaar pakjes, het groenteaanbod weinig verheffend of uitdagend ( met dit jaar als nieuw dieptepunt komkommers die zo bitter waren dat ik ze gepimpt heb met suiker), en verse vis bleek al helemaal niet te krijgen. Ook op het gebied van kaas reikte de keuze niet veel verder dan de eeuwige Gruyère, Edammer, Gouda en de lokale smakeloze kazen. Alleen de selectie aan spek bleek de moeite waard, maar dat komt waarschijnlijk omdat de Slovenen overal spek doorheen doen en dat heeft een zekere logica als je in een woest berggebied woont waar ’s winters alles dicht sneeuwt.

Ook dit jaar probeerde ik het weer. Ik bestelde Trenta omelet, een specialiteit uit het plaatsje Trenta. Een omelet met ui, polenta en spek. Op zich niet verkeerd, omdat de toevoeging van de polenta de omelet lekker krokant en stevig maakte, maar een culinair hoogtepunt? Nee. De meeste lokale lekkernijen die ik probeerde -ik noem kaas, gebak, worst- smaakten wat laf, zonder al te veel zout of suiker, alsof men hier bang is dat er zomaar iets spectaculairs zou gebeuren met je smaakpapillen. Wat een verschil met de hier slechts enkele kilometers vandaan gelegen Italiaanse keuken!

Er waren natuurlijk ook uitzonderingen. Op een nabijgelegen camping aten we hertengoulash met polenta, kakelverse geroosterde forel en lamsvlees, dat gedurende drie uur was gestoofd in een grote barbecue-oven, geserveerd met liefdevol geroosterde groenten en knapperige friet. Heerlijk, maar niet echt specifiek Sloveens, volgens mij. Bij de supermarkt ontdekte ik een loodzwaar maar heerlijk knalgeel maïsbrood en bij de plaatselijke pizzeria serveerden ze verdomd goede pizza’s met ansjovis en fris citroenijs met wodka. En dan heb ik het nog niet eens gehad over al die fruitbieren die ze hier hebben. Ooit abrikozenRadler gedronken? Ik wel en het is heerlijk. Aan het kristalheldere meer van Bled at in een kalfsschenkel die heel succesvol was klaargemaakt, maar ook hier moest ik constateren dat het eten weliswaar lekker was maar niets echt Sloveens in zich had.

Het is dus niet anders. Na drie jaar hier vakantie te hebben gehouden, kan ik niet anders dan constateren dat de ideale vakantiebestemming niet bestaat. En dus zoek ik door. Naar dat ene land met een spectaculair landschap, een gebrek aan toerisme, een gezellig klimaat, een kleine hoeveelheid aan enge beesten en een spannende keuken. En tot die tijd?Tot die tijd droom ik van Slovenië….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: